Blog 4 – ‘De soep wordt nooit zo heet gegeten’ – Shenzhen, HongKong en Manilla

Twee buitenlanders, een lange rij tot aan buiten en al het personeel van de KFC staat achter één kassa, daar is iets aan de hand. U raadt het al. Die twee buitenlanders, dat zijn wij! Gewapend met Google Translate proberen we een menu te bestellen. Helaas zonder het gewenste resultaat. De taalbarrière is in Dongguan wel een groot probleem. Ondanks dat de stad 8 miljoen inwoners heeft zijn er maar weinig mensen die Engels spreken of verstaan. Het kost moeite bij een taxi, inchecken bij het hotel en bij het bestellen van eten. Geduld is in deze een schone zaak. Omdat onze maag nog niet gevuld is proberen we het bij de McDonald’s. De McDonald’s taal is een taal die gelukkig iedereen begrijpt.
We besluiten na één nacht alweer te vertrekken uit Dongguan. We pakken de trein naar Shenzhen. Dé stad als het gaat om technologie, gadgets en nep spul. Heerlijk. In 1980 was Shenzhen niets meer dan een klein vissersdorp. 30.000 inwoners telde Shenzhen in 1979. In dat zelfde jaar maakte de Chinese overheid bekend om van Shenzhen een speciale economische zone (SEZ) te maken om zo investeringen uit het buitenland te ontvangen. De verwachting was dat de investerigen vanuit HongKong zouden toenemen. Echter, was het niet alleen HongKong maar ook de rest van de wereld. Dit maakt Shenzhen momenteel de rijkste stad van China, de snelst groeiende stad van de wereld met één van de grootste havens van de wereld. Het inwonersaantal is in 30 jaar gestegen naar 12 miljoen. Veel jongeren zoeken hun geluk in deze metropool en dat maakt dat de gemiddelde leeftijd hier 27 jaar is.

Onze eerste dag in Shenzhen vermaken we ons in SEG plaza. Acht verdiepingen met oordopjes, drones, 3D printers, speakers, Iphones, LED verlichting en nog meer dingen die je eigenlijk niet nodig hebt. Het spelletje van onderhandelen begin ik ook steeds leuker te vinden en ik koop er lekker op los.

Elke ochtend in Shenzhen halen we dumplings als ontbijt. Wat is dat lekker zeg! Als lunch een noedelsoep en ’s avonds eten we bij de foodcourts in malls. Shenzhen is met HongKong verbonden via een metrolijn. Ons plan is dan ook om hier de grens over te gaan naar HongKong. Nog een wereldstad. Speciaal voor de “foreigners” is een balie gemaakt en daar maken wij dankbaar gebruik van. Deze rij is namelijk aanzienlijk korter dan de rij waar alle Chinezen staan. Het is 15 januari als we China verlaten en HongKong binnen stappen. Wat hebben wij genoten van China. Mijn beeld over China en Chinezen is 180 graden gedraaid en het is zeker een land waar ik nog een keer naar toe ga. De mensen zijn onwijs leuk, vriendelijk en behulpzaam. Het eten is geweldig. Het is een veilig land, veiliger dan Europa momenteel. Verder zijn de Chinezen een hoog risicovermijdend volk en dat heeft tot gevolg dat je soms van de ene verbazing in de ander valt. Zo zijn er veel beveiligers op straat die hele dagen niks zitten te doen, de metrohaltes voorzien zijn van glazen muren en mondkapjes razend populair zijn.

Met de zware backpacks (14 kilo) schuifelen we de metro van HongKong in. We hebben een accomodatie midden in het centrum en dichtbij de boulevard met uitzicht op de bekende skyline van HongKong. Als we ons hotel zoeken stuiten we op het lelijkste en oudste gebouw van HongKong waar Indiërs hun eigen Taj Mahal hebben gemaakt. Geen Chinees te bekennen. De Ja-knikkende en Nee-schudende Indiërs heten ons een warm welkom en door vooral hun doordringende lichaamsgeur wanen wij ons even in India. Het gebouw kent 15 verdiepingen maar de lift is een hel. Lange wachtrijen voor twee liften. Als we na een wachttijd van 15 minuten op de 8ste verdieping door een kleine Indiër ontvangen worden zegt de beste man dat hij geen kamer voor ons heeft, maar dat hij wel iets voor ons kan regelen als we rond 18:00 terug komen. We lopen naar beneden en gaan de stad in. Als we om 18:00 terug zijn heeft de beste man een kamer voor ons op de 15de verdieping. Fijn. Laat nu maar die kamer zien. We schrikken. Het kamertje is zo klein dat zelfs legkippen zouden verlangen naar hun eigen hok. Maar goed, we hebben airco en het is een prima kamer, als je je ogen maar dicht hebt. Door de hoogbouw en brede straten heeft de stad veel weg van New York. Het is er in ieder geval net zo duur. De stad heeft meer Westerse dan Chinese invloeden en dat vind ik jammer. In HongKong verblijven we twee nachten. Overdag doen we de must sightseeing zoals met het pondje naar HongKong Island en met het treintje naar boven voor een mooi uitzicht. Eigenlijk maken we ons op voor een andere bestemming. We vliegen namelijk op 17 januari naar Manilla, Filipijnen. Deze stad wordt door vele omschreven als vies, druk en crimineel. En dat je er beter maar niet kan verblijven. Verder lezen we ons in over de plekken die we willen en moeten bezoeken. We maken alvast een route die we in één maand willen afleggen.

Op woensdagochtend 17 januari pakken we de airportmetro en omdat we niet te veel kilo’s mogen meenemen besluit ik om op het laatste moment alle truien die ik mee had weg te doen. Ik geef ze aan een vrouw die op de airport werkt. Zie het als een verlaat kerstcadeau. We laten onze backpacks nog even inpakken want we hebben de horrorverhalen gehoord over bagage. Bij aankomst blijk je ineens vijf kogels bij je te hebben of drie soorten drugs en je ziet je bewoonde wereld nooit meer terug. Beter voorkomen dan genezen. De vlucht duurt zo’n twee uur. En als we aankomen zijn we in alles heel voorzichtig, we sluipen als het waren naar buiten. Proberen onopvallend geld te pinnen alsof het gevaar buiten op ons staat te wachten. Onzin. Bullshit. Tuurlijk moet je op je hoede zijn, tuurlijk moet je geen vreemden zomaar vertrouwen. Gebruik altijd je gezonde verstand, maar dat moet je overal.

Ik log in op het WIFI netwerk van de airport en bestel een Uber taxi. Met 10 minuten staat er een Filipino in een Suzuki Alto ons op te wachten. Het ritje kost ons 4 euro en dat betaal ik via mijn creditcard. De oplossing op veilig en goedkoop te reizen en je niet scheel te betalen aan dure taxi’s die alleen maar uit zijn op je geld. De goed lachse bestuurder Daniel brengt ons naar het hotel in Manilla. Voor de zekerheid een iets duurder hotel met zwembad geboekt want je weet maar nooit. Onderweg vragen we Daniel over Manilla. Ja het is druk! Het stukje met de Uber taxi is 13 kilometer en daar doen we 1 uur en 15 minuten over. Vies? Ja door al die uitlaatgassen is het niet schoon. Crimineel? Als we de verhalen van Daniel moeten geloven wel. We vragen hem naar de drugsoorlog die hier momenteel (vooral in Manilla) gaande is en het enige wat hij hierover durft te zeggen: ‘its a bloody mess!’ Dus snel wegwezen hier.
Die avond boeken we een ticket naar Busuanga, Coron. Dit ligt Zuid Westelijk t.o.v. Manilla. De luchtvaartmaatschappij Skyjet accepteert, na meedere pogingen, mijn creditcard niet en zijn dus genoodzaakt om op een andere manier te betalen. We besluiten om via de 7 eleven supermarkt te betalen. We pinnen een grote som geld en lopen de 7 eleven binnen en betalen ons ticket. We eten een snelle hap bij Jelliebellie, de Filipijnse McDonald’s (alweer?). Na een uitstekende nachtrust laten we wederom via Uber een taxi voorrijden en brengt ons naar het vliegveld. Eenmaal daar aangekomen blijkt dat ik twee tickets heb geboekt voor de volgende dag. En dat we dus te vroeg zijn. Dat kan de beste overkomen. Maar omdat ik meerdere keren heb geprobeerd tickets te boeken en te betalen zijn er nog wel twee plaatsen over in het vliegtuig. Ik trek mijn goldcardje, boek de tickets om en whoppa we vliegen alsnog naar Coron.

En wat daar gebeurt lieve mensen dat vertel ik in de volgende blog.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s